This website uses cookies to ensure you the best possible experience. If you continue to use this site, you are accepting the use of cookies.

×

Omgaan met pluimveevlees  

Als consument heeft u het recht om voedselveilige producten te kunnen inkopen. Helaas is de aanwezigheid van ongewenste bacteriën in vleesproducten nooit volledig uit te sluiten. Daarom is het belangrijk om in de keuken zorgvuldig om te gaan met vlees, eieren, zuivel enz.

Er zijn drie basisregels voor het gebruik van rauw gevogelte:

  1. Houd rauw gevogelte en de verpakking altijd gescheiden van andere etenswaren.
  2. Was keukengerei en handen zorgvuldig na contact met rauw gevogelte.
  3. Bereid (bak, gril of kook) gevogelte altijd totdat het vleessap helder is en het product een kerntemperatuur van minimaal 75°C heeft bereikt.

Drie basisregels voor het koken met rauw gevogelte:

  1. Verhitten
  2. Afkoelen
  3. Geen bacteriën verspreiden

 

1. Verhitten van rauw gevogelte

Bacteriën sterven af wanneer voedsel wordt verhit door bakken, grillen of koken. Etenswaren die vlees, gevogelte, vis of eieren bevatten moeten altijd worden verhit tot een kerntemperatuur van minimaal 75°C. Vlees en gevogelte zijn pas door en door verhit als het vleessap helder is en het vlees van binnen niet meer roze is. U kunt dat controleren door er met een naald in te prikken, bijvoorbeeld in het dijbeen van een kip.
Ook reeds verhit voedsel wat u heeft bewaard dient u weer opnieuw te verhitten, alleen opwarmen is niet afdoende.

Als u het voedsel langere tijd warm moet houden, moet u ervoor zorgen dat de temperatuur niet beneden de 65°C daalt. Bij temperaturen lager 65°C bestaat de kans dat bacteriën opnieuw gaan groeien.
In een magnetron wordt de warmte ongelijk verdeeld over het gerecht. Daarom moet het voedsel een paar minuten rusten voordat u het uit de magnetron haalt, zodat de warmte zich kan verdelen over het hele gerecht.

I en mikrobølgeovn fordeler varmen sig forskelligt i retten. Derfor skal maden stå og hvile nogle minutter efter, den er taget ud af mikrobølgeovnen, så varmen fordeler sig i hele portionen. 

2. Afkoelen (na het bakken of grillen van vers gevogelte)

Indien na verhitten het voedsel bewaard wordt, dient het voedsel snel te worden afgekoeld en in de koelkast te worden bewaard. Hierdoor wordt de groei van de meeste bacteriën sterk afgeremd. Bacteriegroei verloopt langzaam bij temperaturen van 5°C of lager. Daarom mag de temperatuur in de koelkast maximaal 5°C zijn op de plaats waar u bederfelijke producten zoals vlees, vleeswaren, en zuivel bewaart.
LET OP! –al onze bereide, gegrilde en gekookte producten worden direct na de bereiding ingevroren. Dat betekent dat er nauwelijks ongewenste bacteriën in voorkomen.

Als u restanten “bereid” eten wilt bewaren, moet u die laten afkoelen tot kamertemperatuur waarna u ze in de koelkast zet. Grote hoeveelheden kunt u beter in kleine porties verdelen om het afkoelen sneller te laten verlopen.
Warme gerechten die langdurig op tafel staan, koelen uiteindelijk af tot 20-40°C, een optimale groeitemperatuur van bacteriën, waardoor dit voedsel al vrij snel grote hoeveelheden bacteriën kan bevatten. Restanten dienen na afloop van de maaltijd daarom zo spoedig mogelijk weer te worden gekoeld.

Wanneer U voedsel wilt invriezen laat u het eerst afkoelen tot kamertemperatuur waarna u het direct in de vriezer plaatst.

Ontdooi bevroren voedsel bij voorkeur in de koelkast, echter wel in een schaal zodat het dripvocht geen andere etenswaren kan besmetten. Als u vlees of gevogelte in warm water ontdooit of op de keukentafel ontstaan er voor bacteriën prima groeicondities, vooral aan de buitenkant van het vlees. 

3. Geen bacteriën verspreiden

 Ziekteverwekkende bacteriën kunnen voorkomen in rauw vlees en dus ook in dripvocht. De bacteriën kunnen zich verspreiden over verschillende voedingsmiddelen op de keukentafel en in de koelkast.

Daarom is het belangrijk om voedsel gescheiden te houden bij het bewaren en de bereiding. Het is belangrijk om verschillende snijplanken en messen te gebruiken voor de verschillende voedingsmiddelen en het keukengerei te reinigen. Zo draagt u er zorg voor dat u een potentiële besmetting niet overbrengt op andere ingrediënten. Drip van vlees dient u zo hygiënisch mogelijk te verwijderen, bij voorkeur met keukenpapier. Was tenslotte altijd uw handen als deze in aanraking zijn geweest met rauw vlees of gevogelte voordat u verder gaat met iets anders.

Door niet hygiënisch te werken, kunt u bijvoorbeeld de bacteriën van rauw kippenvlees overbrengen op een verse salade, die wordt gegeten zonder dat die nog verwarmd wordt. U loopt het risico om ziek te worden als u die salade opeet.